De rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat de Vereniging van Eigenaren (VvE) het beroep tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor een stalen ligger bij de woning van een buurman heeft verloren. De VvE was het niet eens met het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om de bestaande constructie te legaliseren. Volgens de VvE klopte het bouwkundig rapport dat aan de vergunningaanvraag ten grondslag lag niet. De rechter besloot echter dat de vergunning in stand blijft.
VvE betwist bouwkundig rapport
Het conflict begon toen het college op 24 april 2023 een omgevingsvergunning verleende voor de legalisatie van een stalen ligger. Deze ligger bevond zich onder de achtergevel van een woning in Rotterdam. De VvE, die de belangen van eigenaren van aangrenzende woningen vertegenwoordigt, maakte bezwaar tegen deze beslissing. Ze stelden dat het bouwkundig rapport dat was ingediend bij de aanvraag niet klopte met de feitelijke situatie en dat het rapport niet aantoonde dat aan het Bouwbesluit 2012 werd voldaan. De VvE wees op technische tekortkomingen en eiste nader onderzoek.
Verweer van het college
Het college verdedigde de verleende vergunning door te stellen dat het bouwkundig rapport en de aanvraag aannemelijk maakten dat aan de eisen van het Bouwbesluit werd voldaan. Het rapport was beoordeeld en goedgekeurd door een bouwkundige. Verder gaf het college aan dat de weigeringsgronden van artikel 2.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) niet van toepassing waren. Hierdoor was de vergunning volgens hen terecht verleend.
Rechterlijke overwegingen
De rechtbank oordeelde dat bij de beoordeling van de aanvraag de ingediende stukken en de daarin opgenomen maatvoering bepalend waren. De rechtbank vond dat de feitelijke situatie en eerdere vergunningen niet relevant waren voor deze zaak. De argumenten van de VvE met betrekking tot technische afwijkingen hadden volgens de rechtbank betrekking op handhaving en waren niet van toepassing in deze procedure.
De rechter stelde dat het aan het college was om aannemelijk te maken dat aan het Bouwbesluit werd voldaan. Het college had binnen haar beoordelingsruimte de aannemelijkheid op basis van het bouwkundig rapport mogen vaststellen. De VvE had geen deskundig tegenrapport ingebracht dat het oordeel van het college weerlegde.
Omgevingsvergunning blijft in stand
De rechtbank besloot dat de overige weigeringsgronden van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo niet van toepassing waren. Hierdoor was het college verplicht de omgevingsvergunning te verlenen. Het beroep van de VvE werd ongegrond verklaard, de vergunning bleef in stand, en de VvE kreeg het griffierecht niet terug. Ook de proceskosten werden niet vergoed. De rechtbank vond dat het college zorgvuldig had gehandeld en dat er geen strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2026:1805
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




