In een geschil tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en een voormalig lid, aangeduid als [gedaagde], ging het om achterstallige betalingen die [gedaagde] aan de VvE verschuldigd was. Deze betalingen omvatten ook rente en incassokosten. [gedaagde] had zijn betalingsverplichtingen niet nagekomen en beriep zich op betalingsonmacht, die volgens hem mede was veroorzaakt door een besluit van de VvE-vergadering. De VvE eiste betaling van de achterstallige bedragen en de kosten die waren ontstaan door de verkoop van de appartementen van [gedaagde].
Achtergrond van het conflict
[gedaagde] was eigenaar van twee appartementen en daarmee lid van de VvE. Hij was verplicht maandelijks een bijdrage te betalen, vastgesteld door de vergadering van eigenaars. De exploitatie van de appartementen door Sheetz bracht een exploitatievergoeding op voor de VvE. [gedaagde] liet echter een betalingsachterstand ontstaan en wees op een besluit van de VvE-vergadering dat Sheetz toestond om de exploitatievergoeding later te betalen. Volgens [gedaagde] veroorzaakte dit zijn betalingsproblemen, waardoor hij zijn verplichtingen opschortte.
Verkoop van de appartementen en openstaande vorderingen
Tijdens de procedure verkocht [gedaagde] zijn appartementen. De notaris betaalde enkele achterstallige bedragen aan de VvE bij de overdracht. Toch stelde de VvE dat er nog steeds een bedrag van € 1.597,42 openstond. [gedaagde] betwistte deze vordering.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] zijn betalingsverplichtingen ten onrechte had opgeschort. De akte van splitsing stond geen opschorting van betalingen toe. Het besluit om de exploitatievergoeding later te betalen was niet aangevochten door [gedaagde] en bleef daarom geldig. De rechtbank benadrukte dat [gedaagde]’s betalingsproblemen zijn eigen verantwoordelijkheid waren.
Incassokosten en proceskosten
De rechtbank vond dat de VvE terecht rente had berekend over de achterstallige betalingen en dat de overdrachtskosten van de appartementen juist waren opgelegd. Wat betreft de incassokosten, oordeelde de rechter dat de VvE een bedrag van € 390,68 in rekening mocht brengen, omdat aan alle wettelijke voorwaarden was voldaan. Het beroep van [gedaagde] op sociaal incasseren werd verworpen. De rechtbank veroordeelde [gedaagde] bovendien tot het betalen van de proceskosten, die werden begroot op € 1.374,14. Na eerdere betalingen bleef er een restant van € 716,42 over.
Conclusie
De rechtbank maakte duidelijk dat leden van een VvE hun financiële verplichtingen moeten nakomen, ongeacht persoonlijke financiële problemen. Besluiten van de vergadering van eigenaars blijven geldig, tenzij ze succesvol worden aangevochten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het direct uitgevoerd kan worden, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2026:3522
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




