In deze zaak draaide het om besluiten die tijdens een VvE-vergadering werden genomen terwijl een van de leden, [verzoeker], afwezig was. De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam vernietigde deze besluiten omdat ze in strijd waren met de redelijkheid en billijkheid. Ook een verzoek tot wijziging van de splitsingsakte werd afgewezen.
Verzoeker kon niet aanwezig zijn bij de vergadering
De vergadering van de Vereniging van Eigenaars vond plaats op 3 augustus 2025. [Verzoeker] had al op 20 juli 2025 gevraagd om de vergadering te verplaatsen, omdat hij van 26 juli tot en met 18 augustus 2025 in het buitenland zou zijn. [Persoon A], de bestuurder van de VvE, had toegezegd de vergadering te verplaatsen, maar hield deze toch op 3 augustus zonder nieuwe uitnodiging aan [verzoeker] te sturen. Hierdoor kon [verzoeker] niet deelnemen aan de vergadering en zijn stem uitbrengen.
Besluiten in strijd met redelijkheid en billijkheid
De kantonrechter oordeelde dat de besluiten die tijdens de vergadering werden genomen, vernietigbaar waren op grond van strijdigheid met de redelijkheid en billijkheid zoals vastgelegd in artikel 2:8 van het Burgerlijk Wetboek. Het was onredelijk van [persoon A] om de vergadering te houden zonder rekening te houden met de verhindering van [verzoeker]. Daarom besloot de rechter dat de besluiten niet in stand konden blijven.
Afwijzing van het verzoek tot wijziging van de splitsingsakte
Naast het vernietigen van de VvE-besluiten, werd ook het verzoek van [verzoeker] om de splitsingsakte te wijzigen afgewezen. Dit verzoek was slechts elf dagen voor de geplande zitting ingediend en werd als strijdig met de goede procesorde beschouwd. De kantonrechter vond dat het verzoek een nieuwe juridische grondslag had en geen proceseconomisch voordeel opleverde. Bovendien was er geen informatie gegeven over eventuele beperkt gerechtigden of beslagleggers, waardoor belanghebbenden niet konden worden opgeroepen.
Proceskosten en uitvoering van de uitspraak
De VvE werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, die hoger waren dan het standaardtarief door de gang van zaken. Omdat de VvE slechts uit twee leden bestond, werd [persoon A] geacht de kosten volledig te dragen. De totale proceskosten bedroegen € 1.491,-. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze onmiddellijk uitgevoerd kan worden, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2026:904
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




