In deze rechtszaak stond een geschil tussen een opdrachtnemer en een Vereniging van Eigenaren (VvE) centraal. De opdrachtnemer had letsel opgelopen aan zijn vinger tijdens werkzaamheden en stelde de VvE aansprakelijk voor de schade. Hij eiste een schadevergoeding van € 81.673,00 plus wettelijke rente. De VvE betwistte de aansprakelijkheid. Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat de VvE niet aansprakelijk is voor de schade, en beide vorderingen werden afgewezen.
Letsel door deurdranger tijdens werkzaamheden
Op 15 maart 2021 werkte de opdrachtnemer in opdracht van de VvE aan het aanbrengen van afdekfolie in de algemene ruimtes van een gebouw. Tijdens deze werkzaamheden raakte hij gewond aan zijn rechter middelvinger. Hij stelde dat het letsel ontstond doordat een deur, met een mechanische dranger, plotseling dichtviel terwijl hij op de grond bezig was.
Opdrachtnemer stelt VvE aansprakelijk
De opdrachtnemer stelde dat de deurdranger niet goed was afgesteld en de deur daardoor met kracht dichtviel. Hij beschouwde dit als een gebrekkige opstal en hield de VvE verantwoordelijk voor zijn letsel. De VvE ontkende dat er een gebrek aan de deurdranger was.
Oordeel van de rechtbank over de deurdranger
De rechtbank beoordeelde de kwestie en keek daarbij onder andere naar de medische gegevens van de opdrachtnemer. Hoewel de rechtbank aannam dat het letsel tijdens de werkzaamheden was ontstaan, vond zij dat het enkele feit dat de deurdranger sneller sloot, onvoldoende was om te spreken van een gebrek volgens artikel 6:174 BW. De opdrachtnemer had niet voldoende onderbouwd welke eisen aan de deurdranger mochten worden gesteld en hoe de situatie daarvan afweek.
Vorderingen over en weer afgewezen
Naast de afwijzing van de aansprakelijkheidsclaim van de opdrachtnemer, wees de rechtbank ook de vordering van de VvE af waarin zij de opdrachtnemer beschuldigde van misbruik van procesrecht. De rechtbank vond het partijdebat over de feiten gebruikelijk in een civiele procedure en zag geen bewijs dat de opdrachtnemer zijn vordering baseerde op feiten die hij als onjuist moest kennen.
Proceskostenveroordelingen
De rechtbank veroordeelde de opdrachtnemer tot betaling van de proceskosten in conventie aan de VvE, begroot op € 5.495,00. In reconventie werd de VvE veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de opdrachtnemer, begroot op € 792,00. Beide veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBZWB:2025:3497
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




