In een conflict tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en een appartementseigenaar, aangeduid als [gedaagde], ging het om achterstallige VvE-kosten. De VvE eiste betaling van niet-betaalde voorschotbijdragen, kosten voor een draai-kiepraam en stookkosten. [Gedaagde] verweerde zich met klachten over het beheer van de VvE en onduidelijkheid over energiekosten. De rechtbank oordeelde dat deze klachten niet relevant waren voor de betalingsverplichting. [Gedaagde] moet de gevorderde bedragen, vermeerderd met rente en kosten, betalen.
De VvE vordert achterstallige betalingen
De VvE betichtte [gedaagde] van het niet betalen van € 1.113,48 aan voorschotbijdragen tot en met oktober 2024. Daarnaast waren er facturen voor stookkosten over 2023 van € 146,67 en voor een draai-kiepraam van € 245,00. De totale vordering bedroeg € 1.721,38, inclusief buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. [Gedaagde] erkende de niet-betaling, maar beklaagde zich over het amateuristische beheer van de VvE en schade door waterlekkage.
Klachten over VvE-beheer niet relevant
De rechtbank stelde vast dat [gedaagde] lid is van de VvE en verplicht is de maandelijkse bijdragen te betalen. De klachten over het VvE-bestuur waren niet relevant voor de betalingsverplichting. Er was geen sprake van een opeisbare tegenvordering, waardoor opschorting van betaling niet mogelijk was. De kosten voor het draai-kiepraam werden niet betwist, waardoor deze als verschuldigd werden beschouwd.
Beslissing over stookkosten en incassokosten
De rechtbank oordeelde dat de stookkosten van € 146,67 voldoende onderbouwd waren met een specificatie die [gedaagde] niet inhoudelijk weersprak. Daarom werden deze kosten toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden gedeeltelijk toegewezen tot € 71,09, omdat de aanmaning niet aan de wettelijke eisen voldeed.
Tegenvordering te laat ingediend
Bij dupliek diende [gedaagde] een tegenvordering van € 430.000 in voor schadevergoeding, maar de rechtbank oordeelde dat deze te laat was ingediend. De tegenvordering had al in het antwoord op de dagvaarding moeten worden gedaan en werd daarom niet verder beoordeeld.
Uitvoerbaarheid bij voorraad en proceskosten
De rechtbank veroordeelde [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, begroot op € 1.076,63, inclusief nakosten. Deze moesten binnen veertien dagen na aanschrijving worden betaald. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en andere vorderingen werden afgewezen.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBZWB:2025:3512
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.



