De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een geschil behandeld tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en het college van burgemeester en wethouders van Tilburg. Het conflict ging over een omzettingsvergunning voor een appartement in Tilburg, die de bestemming wijzigde van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte voor kamerverhuur. De VvE was het hier niet mee eens en diende bezwaren in. De rechtbank oordeelde echter dat het college de vergunning terecht heeft verleend volgens de geldende regels. Het beroep van de VvE werd ongegrond verklaard.
Vergunningaanvraag en VvE-bezwaren
Op 5 december 2024 diende de eigenaar van het appartement een aanvraag in voor een omzettingsvergunning. Deze vergunning werd op 30 januari 2025 verleend door het college. De VvE maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde verschillende punten aan tijdens de zitting op 26 maart 2026:
- De vergunning zou leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefmilieu.
- Er waren zorgen over brandveiligheid.
- Er was onvoldoende ruimte voor het stallen van fietsen.
- De vergunning zou in strijd zijn met het omgevingsplan van Tilburg.
Verweer van het college
Het college verdedigde dat de vergunning voldeed aan de huisvestingsverordening en beleidsregels van Tilburg. Zij stelden dat de wijziging binnen de bestaande regels viel en dat er geen extra overlast zou ontstaan. Het college benadrukte dat de vergunning binnen de regels van een bedrijvig lint viel, waarin een minimale afstand van 25 meter tussen panden met kamerverhuur werd aangehouden.
Uitspraak van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag van de vergunninghouder aan alle vereisten voldeed. Er was geen sprake van een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefmilieu. De VvE kon niet aantonen dat de vergunning tot extra overlast zou leiden. De rechtbank vond ook dat het gebruik van het pand binnen de overgangsrechten van het bestemmingsplan paste, waardoor er geen strijd was met het omgevingsplan.
Beoordeling van brandveiligheid en fietsparkeerplaatsen
De rechtbank stelde vast dat er voldoende maatregelen waren getroffen om de brandveiligheid te waarborgen en dat er voldoende parkeergelegenheid voor fietsen was. Dit betekende dat de VvE’s bezwaren op deze punten niet opgingen.
Conclusie: het college heeft terecht geoordeeld dat de omzettingsvergunning in redelijkheid kan worden verleend. Het beroep van de VvE werd ongegrond verklaard, en er is geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend. De VvE heeft de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na deze uitspraak.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBZWB:2026:3013
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




