In deze zaak stonden meerdere eigenaren van appartementen binnen een Vereniging van Eigenaars (VvE) tegenover de VvE zelf. De eigenaren hadden de rechtbank gevraagd om verschillende besluiten van de VvE nietig te verklaren. Ze waren het niet eens met de besluiten die tijdens VvE-vergaderingen waren genomen en vonden dat het beheer van de VvE niet goed verliep. De rechtbank wees hun verzoeken af en legde de proceskosten bij de verzoekende eigenaren neer.
Besluiten tijdens VvE-vergaderingen
De verzoekers dienden op 23 mei 2025 en 28 september 2025 verzoekschriften in bij de rechtbank. Ze verzetten zich tegen besluiten van de VvE die op 23 april 2025 en 28 augustus 2025 waren genomen. Deze besluiten gingen over zaken zoals de goedkeuring van de jaarrekening voor 2024, de benoeming van bestuursleden en de kascommissie, en het besluit om geen externe beheerder aan te stellen. De VvE-vergaderingen hadden ook besluiten genomen over de verhoging van de maandelijkse bijdrage en de vaststelling van de begroting voor 2025.
Verloop van de rechtszaak
Gedurende het proces vonden er meerdere zittingen plaats en was er een poging tot mediation, die echter op niets uitliep. De verzoekers pasten hun verzoeken verschillende keren aan en dienden aanvullende stukken in. De VvE voerde gemotiveerd verweer en stelde dat de besluiten in overeenstemming waren met de statuten en de wet.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank keek naar het wettelijke kader voor de vernietiging van besluiten binnen een VvE. Volgens het Burgerlijk Wetboek kunnen besluiten nietig of vernietigbaar zijn als ze in strijd zijn met de wet, de statuten, of onredelijk of onbillijk zijn. De rechtbank benadrukte dat een VvE een democratisch orgaan is en dat besluiten van de meerderheid in principe in het belang van alle eigenaren worden geacht, tenzij er sprake is van misbruik van meerderheidsmacht.
De rechtbank oordeelde dat de verzoekers niet voldoende hadden aangetoond dat de besluiten in strijd waren met wettelijke of statutaire bepalingen. Ook hadden ze niet overtuigend aangetoond dat de besluiten onredelijk of onbillijk waren. De VvE had legitieme redenen om geen externe beheerder aan te stellen en om de huidige bestuursleden te behouden. Er was ook geen bewijs dat de financiële stukken niet klopten of dat er niet goed werd gespaard voor onderhoud.
Afwijzing van de verzoeken
De rechtbank wees alle verzoeken tot nietigverklaring en vernietiging van de besluiten af. De verzoekers hadden hun standpunten onvoldoende onderbouwd. Het verzoek om een voorlopige voorziening tot schorsing van de besluiten werd eveneens afgewezen, omdat de zaak al was beslist.
De verzoekers werden veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de VvE, aangezien ze in het ongelijk waren gesteld. De kosten werden begroot op € 609,50 per procedure en de kostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de verzoekers deze kosten onmiddellijk moeten betalen, zelfs als ze in hoger beroep gaan.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2026:1318
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




