De zaak in het kort
In deze zaak heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld over de hoofdelijke aansprakelijkheid van twee appartementseigenaren, [gedaagde 1] en [gedaagde 2], voor achterstallige en toekomstige bijdragen aan de Vereniging van Eigenaren (VvE). De rechter heeft beide partijen veroordeeld tot betaling van de openstaande bedragen, inclusief rente en incassokosten, ondanks hun onderlinge geschillen en persoonlijke omstandigheden.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 4 februari 2026, waarbij de VvE de appartementseigenaren opriep om de achterstallige bijdragen te betalen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2], die getrouwd waren en gezamenlijk eigenaar zijn van een appartement, zijn van rechtswege lid van de VvE. Hun maandelijkse VvE-bijdrage bedraagt € 256,04, met extra bijdragen zoals besloten door de algemene ledenvergadering van de VvE.
Op 4 maart en 3 juni 2025 besloot de ledenvergadering om aanvullende bijdragen in rekening te brengen van € 4.027,60 en € 3.204,95. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben deze bedragen niet betaald, evenals hun maandelijkse bijdragen sinds oktober 2025. Dit resulteerde in een totale betalingsachterstand van € 9.002,33 op 22 april 2026.
Ondertussen had [gedaagde 2] in januari 2024 een echtscheidingsverzoek ingediend, en op de zitting van 30 april 2026 was de echtscheidingsprocedure nog steeds gaande. Beide partijen erkenden de betalingsachterstand, maar betwistten wie verantwoordelijk was voor de betaling. [gedaagde 1] stelde dat [gedaagde 2] de kosten zou moeten dragen, en vice versa.
Tijdens het proces heeft de rechtbank ook moeten beslissen over de toelating van stukken die vlak voor of na de mondelinge behandeling van 30 april 2026 werden ingediend. De kantonrechter besloot deze stukken niet toe te laten, omdat ze te laat waren ingediend zonder adequate toelichting, en dit in strijd zou zijn met de goede procesorde.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank besliste dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beiden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de VvE-bijdragen. De onderlinge afspraken tussen hen over wie de kosten zou dragen, hebben geen invloed op hun verplichtingen ten opzichte van de VvE. De rechter oordeelde dat de VvE niet gebonden is aan afspraken waar zij geen partij bij is geweest. Dit betekent dat, ongeacht hun persoonlijke afspraken, beide eigenaren verantwoordelijk blijven voor de betaling van de VvE-kosten.
Hoewel beide partijen aangaven financiële moeilijkheden te hebben en [gedaagde 2] bovendien niet in het appartement woonde, was dit volgens de rechter geen reden om de betalingsverplichting jegens de VvE te ontvluchten. De rechtbank wees de vordering van de VvE daarom toe: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten het achterstallige bedrag van € 9.002,33 betalen, evenals toekomstige bijdragen zolang ze eigenaar zijn van het appartement.
De rechtbank kende ook wettelijke rente toe vanaf de datum van dagvaarding over de opeisbare delen van de vordering en vanaf de vermeerdering van eis over de maanden februari, maart en april 2026. Verder moesten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de buitengerechtelijke incassokosten van € 638,59 betalen, aangezien de VvE voldoende had aangetoond dat er incassowerkzaamheden waren verricht.
Het verzoek van de VvE voor vergoeding van kadastrale onderzoekskosten werd afgewezen omdat deze al zijn inbegrepen in de proceskosten. Tot slot werden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.730,53. De rechter bepaalde dat de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad zijn, wat betekent dat de VvE het recht heeft om de uitvoering van het vonnis direct af te dwingen, zelfs als er hoger beroep wordt ingesteld.
Met deze beslissing bevestigde de rechtbank de strikte naleving van de VvE-verplichtingen en benadrukte zij dat persoonlijke afspraken tussen eigenaren niet ten koste mogen gaan van de rechten van de VvE.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




