In deze zaak stond de Vereniging van Eigenaars (VvE) Acqua Residence tegenover een individuele appartementseigenaar op Sint Maarten. De VvE eiste betaling van achterstallige bijdragen voor het onderhoud en beheer van gemeenschappelijke ruimtes. De rechtbank heeft de vordering grotendeels toegewezen, maar een deel afgewezen wegens onrechtmatig gelegd beslag. Ook werden de proceskosten beperkt door slordigheden in de procedure van de VvE.
Achterstallige bijdragen en vordering van Acqua Residence
Het conflict begon met een verzoekschrift van de VvE op 13 juni 2025, waarin betaling van USD 44.665,70 aan achterstallige servicebijdragen werd geëist van de appartementseigenaar. Er was ook een verzekeringsbijdrage, buitengerechtelijke kosten, en toekomstige onderhoudskosten gevorderd. De eigenaar betwistte de vordering, onder meer omdat hij vond dat de VvE niet de juiste machtiging had van de eigenarenvergadering en dat de bedragen onjuist waren berekend.
Rechtbank over ontvankelijkheid en specificatie van de vordering
De rechtbank vond dat de VvE zijn vordering mocht voortzetten, ondanks het bezwaar van de eigenaar over de machtiging. De ledenvergadering had namelijk al besluiten genomen over de incasso. De rechtbank vond echter dat de VvE niet goed had uitgelegd waar de gevorderde bedragen precies voor waren. Een eerder vonnis had al bedragen toegewezen, waardoor de rechtbank besloot het toe te wijzen bedrag af te ronden op USD 40.000.
Onrechtmatig beslag en gevolgen voor de proceskosten
Het conservatoir beslag dat door de VvE was gelegd, werd als onrechtmatig beoordeeld. De VvE had niet voldoende uitleg gegeven over de noodzaak van een tweede beslag, terwijl er al een executoriale titel was. Ook had ze niet voldaan aan de vereisten van artikel 18c Rv, en was er geen reden om aan te nemen dat er een risico op verduistering van het appartement was. Hierdoor werden er geen kosten voor het beslag toegewezen.
Afwijzing van andere vorderingen
De vordering voor buitengerechtelijke kosten werd afgewezen door gebrek aan bewijs voor zulke werkzaamheden. De verzekeringsbijdrage van USD 6.562,48 werd ook afgewezen, omdat de VvE niet kon onderbouwen waarom de eigenaar dit bedrag verschuldigd was, naast het totaalbedrag dat al was genoemd. Daarnaast werden vorderingen voor toekomstige kosten afgewezen, omdat deze op dit moment nog niet verschuldigd waren.
Beperkte toewijzing van proceskosten
De proceskosten werden beperkt tot USD 705,50. Dit was vanwege slordigheden in het verzoekschrift en de onrechtmatigheid van het beslag. Ondanks dit alles werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk kan worden uitgevoerd, zelfs als er hoger beroep wordt ingesteld.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:OGEAM:2026:54
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




