In een conflict tussen een Vereniging van Eigenaren (VvE) en een appartementseigenaar, hierna [gedaagde], draaide het om achterstallige VvE-bijdragen. De VvE eiste aanvankelijk een bedrag van € 12.221,65, maar deze vordering werd verminderd na verkoop van de woning van [gedaagde]. De achterstallige betalingen werden via de notaris voldaan. De VvE wilde vervolgens de proceskosten verhalen op [gedaagde], maar de rechtbank wees dit af. [gedaagde] had op zijn beurt een tegenvordering ingediend voor gedeeltelijke terugbetaling van het bij de notaris voldane bedrag, maar deze werd eveneens afgewezen.
Achtergrond van het geschil
De procedure begon met een dagvaarding op 9 april 2025. De VvE eiste betaling voor achterstallige bijdragen. [gedaagde] had al langere tijd bezwaren tegen de VvE-kosten, vooral de stookkosten, en beweerde te veel te hebben betaald. Er was al enige tijd communicatie tussen [gedaagde], zijn gemachtigde, de VvE en het deurwaarderskantoor over deze kwestie, maar de VvE reageerde niet adequaat.
Betaling via de notaris
In januari 2025 ontving [gedaagde] een sommatiebrief met de eis om binnen 15 dagen € 10.140,14 te betalen. In juni 2025 werd zijn woning verkocht en een bedrag van € 16.615,99 werd bij de notaris verrekend voor de VvE-bijdragen. [gedaagde] vond dit bedrag te hoog, omdat het stookkosten van voor 2022 omvatte, die hij betwistte.
Rechterlijke overwegingen
De kantonrechter oordeelde dat de VvE de kosten van de procedure had kunnen vermijden door eerst met [gedaagde] in overleg te treden. Daarom werden de gevorderde proceskosten afgewezen. De tegenvordering van [gedaagde] voor gedeeltelijke terugbetaling werd afgewezen omdat deze te laat was ingesteld. Artikel 137 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereist dat een tegenvordering direct bij de conclusie van antwoord wordt ingediend, wat [gedaagde] niet had gedaan.
Uitspraak van de rechtbank
De kantonrechter wees zowel de vordering van de VvE als de tegenvordering van [gedaagde] af. Er werd geen beslissing genomen over de proceskosten in reconventie, omdat daar geen verzoek voor was ingediend door de VvE. Het vonnis werd uitgesproken op 22 augustus 2025. Beide partijen blijven met hun geschil zitten, vooral omdat de discussie over de stookkosten en de hoogte van de VvE-bijdragen nog niet volledig is opgelost. De rechtbank benadrukte het belang van communicatie en overleg om onnodige juridische procedures te vermijden.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2025:6390
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




