In een zaak tussen twee buren, heeft de voorzieningenrechter in Amsterdam een verzoek tot bouwstop afgewezen. Het conflict draaide om een uitbouw aan het appartement van de begane grondbewoner en een dakterras van de bovenbuur. De bovenbuur stelde dat de uitbouw in strijd was met de afspraken in een vaststellingsovereenkomst (VSO). De rechter oordeelde dat, hoewel de afspraken niet waren nageleefd, een bouwstop niet zinvol was omdat de uitbouw al voltooid was. De begane grondbewoner werd wel verantwoordelijk gehouden voor eventuele toekomstige aanpassingen en moest de proceskosten betalen.
Conflict over uitbouw en dakterras
De buren, elk eigenaar van een deel van een gesplitst appartementsgebouw, kwamen in conflict toen de begane grondbewoner zijn appartement wilde uitbreiden met een uitbouw. De bovenbuur stemde hiermee in op voorwaarde dat een dakterras op de uitbouw zou komen, op dezelfde hoogte als haar balkon. Tijdens de bouw bleek dat de uitbouw niet volgens afspraak was uitgevoerd, waardoor het dakterras in gevaar kwam.
Vaststellingsovereenkomst werd geschonden
In april 2025 sloten de buren een VSO waarin afspraken over de bouw werden vastgelegd. Tijdens de bouw werden echter stalen portalen hoger geplaatst dan afgesproken, wat de aanleg van het dakterras bemoeilijkte. Ondanks pogingen om het probleem op te lossen, besloot de bovenbuur een bouwstop te eisen via een kort geding.
Verweer van de begane grondbewoner
De eigenaar van de begane grond voerde aan dat de VSO ruimere afspraken toeliet en dat het dakterras nog steeds mogelijk was. Hij stelde dat de constructietekeningen, en niet de architectentekening, bepalend waren voor de uitvoering van de uitbouw. De rechtbank vond echter dat hij zonder overleg een gewijzigde versie van de tekeningen had gebruikt die niet overeenkwam met de goedgekeurde plannen.
Bouwstop afgewezen ondanks schending afspraken
De rechter erkende dat de begane grondbewoner de afspraken in de VSO had geschonden, maar zag geen nut in een bouwstop omdat de uitbouw al af was. In plaats daarvan legde de rechter de verantwoordelijkheid bij de eigenaar voor eventuele aanpassingen die in een toekomstige procedure noodzakelijk zouden kunnen zijn.
Proceskosten en uitvoerbaarheid
De rechtbank veroordeelde de begane grondbewoner tot het betalen van de proceskosten van de bovenbuur, vastgesteld op € 1.771,45. Deze kosten zijn direct uitvoerbaar verklaard, wat betekent dat ze onmiddellijk moeten worden betaald, ongeacht mogelijke verdere juridische stappen. Ook werd bepaald dat hij wettelijke rente verschuldigd is als hij de kosten niet tijdig betaalt.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBAMS:2026:3476
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




