De rechtbank Gelderland heeft uitspraak gedaan in een conflict over een omgevingsvergunning voor een dakterras bij een bovenwoning in Arnhem. De onderbuurvrouw, die bezwaar had tegen de vergunning, vond dat haar belangen onvoldoende waren afgewogen. Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat de vergunning terecht was verleend.
Omgevingsvergunning werd verleend in strijd met bestemmingsplan
Op 24 oktober 2023 verleende het college van burgemeester en wethouders van Arnhem een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een dakterras en het plaatsen van een hekwerk. Hoewel dit in strijd was met het bestemmingsplan, besloot het college toch de vergunning te verlenen. De onderbuurvrouw maakte bezwaar tegen dit besluit, wat leidde tot een dwangsom omdat er niet tijdig op het bezwaar werd beslist. Uiteindelijk stelde zij beroep in tegen het besluit van 28 maart 2025, waarin het college zijn besluit handhaafde.
Bezwaren van de onderbuurvrouw
De onderbuurvrouw voerde verschillende bezwaren aan tegen de omgevingsvergunning. Ze stelde dat er sprake was van een evidente privaatrechtelijke belemmering en dat haar belangen niet voldoende waren afgewogen. Ze was bang voor gevaarzetting voor haar eigendom en vond dat het college niet voldoende rekening had gehouden met de stedelijke omgeving.
Rechtbank oordeelt over privaatrechtelijke belemmering
De rechtbank oordeelde dat er geen evidente privaatrechtelijke belemmering was voor het dakterras. Uit de splitsingsakte van de appartementsrechten uit 2015 bleek dat het dakterras en het gebruik ervan expliciet waren vermeld. De benodigde toestemming van de Vereniging van Eigenaren (VvE) vormde dus geen belemmering.
Afweging van belangen en schadevergoeding
De rechtbank stelde dat het college beleidsruimte had om de omgevingsvergunning te verlenen, mits de belangen voldoende werden afgewogen. Het dakterras en hekwerk waren vergelijkbaar met die van een naastgelegen woning en pasten binnen de stedelijke omgeving. De rechtbank oordeelde dat de belangen van de onderbuurvrouw voldoende waren meegewogen. Voor schadevergoeding wegens te late besluitvorming was geen aanleiding, omdat de onderbuurvrouw al een dwangsom had ontvangen.
Uitspraak blijft in stand
De rechtbank verklaarde het beroep van de onderbuurvrouw ongegrond. De omgevingsvergunning voor het dakterras en het hekwerk bleef in stand. De onderbuurvrouw kreeg geen teruggave van het griffierecht of vergoeding van haar proceskosten. Partijen die het niet eens zijn met deze uitspraak kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2025:11231
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




