In deze zaak stond een appartementseigenaar tegenover de Vereniging van Eigenaren (VvE) van een flatgebouw. Het conflict draaide om de plaatsing van een warmtepomp zonder VvE-toestemming. De eigenaar had de warmtepomp op het dak geplaatst zonder toestemming van de VvE, wat leidde tot een geschil. Hij vroeg de rechtbank om een vervangende machtiging, omdat de VvE de toestemming had geweigerd. De rechtbank besliste dat de VvE in redelijkheid het besluit kon nemen geen toestemming te geven en wees het verzoek af.
Verloop van het geschil over de warmtepomp
De procedure begon met een verzoekschrift van de eigenaar op 11 juli 2024, gevolgd door een verweerschrift van de VvE en diverse eigenaars binnen de VvE. De mondelinge behandeling vond plaats op 8 juli 2025. Het gebouw, gesplitst in 18 appartementsrechten, had gemeenschappelijke delen zoals het dak, waarvoor toestemming van de VvE vereist is voor individueel gebruik.
De eigenaar had in september 2023 een warmtepomp geplaatst met bijbehorende omkasting en pijpen voor een warmteterugwininstallatie, zonder de benodigde toestemming. Tijdens een vergadering in juni 2023 was afgesproken dat het onderwerp in een volgende vergadering terug zou komen. In november 2023 stemde de meerderheid van de eigenaren tegen het verlenen van toestemming, waarbij het voorkomen van precedenten en de noodzaak van gezamenlijke besluitvorming over verduurzaming werden benadrukt.
Argumenten van de eigenaar voor vervangende machtiging
Ondanks pogingen om later alsnog toestemming te verkrijgen, werden de voorstellen van de eigenaar telkens afgewezen. Hij verzocht de kantonrechter om een vervangende machtiging en stelde dat de VvE onredelijk had gehandeld door de plaatsing van de warmtepomp niet toe te staan.
De eigenaar voerde aan dat er eerdere ongeautoriseerde aanpassingen aan het dak waren gedaan door andere eigenaren. Hij meende dat de VvE met twee maten had gemeten. Daarnaast benadrukte hij de voordelen van verduurzaming en zijn financiële investering in de warmtepomp.
Rechtbank oordeelt over de redelijkheid van de VvE
De rechtbank beoordeelde of de VvE onredelijk had gehandeld bij het weigeren van toestemming. Volgens het Burgerlijk Wetboek kan toestemming van de VvE worden vervangen door een machtiging van de kantonrechter indien de weigering zonder redelijke grond is. De rechtbank stelde vast dat de eigenaar bewust zonder toestemming had gehandeld en daarmee een risico nam.
De rechtbank vond dat de VvE een redelijk standpunt had ingenomen door te benadrukken dat besluitvorming over gemeenschappelijke delen gezamenlijk dient te gebeuren. De door de eigenaar aangevoerde vergelijkingen met eerdere aanpassingen werden afgewezen omdat de omvang en zichtbaarheid van de installaties significant verschilden.
Uitspraak en proceskosten
De rechtbank oordeelde dat de VvE in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen om de warmtepomp niet toe te staan. De verzoeken van de eigenaar waren op diverse vergaderingen besproken en telkens afgewezen, wat voldoende gelegenheid bood voor overleg. Het verzoek om een vervangende machtiging werd afgewezen. De eigenaar werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de VvE, begroot op €1.086. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd, ondanks eventueel hoger beroep.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2025:8027
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




