De Vereniging van Eigenaren (VvE) van een pand in Baarn is in beroep gegaan tegen de beslissing van het college van burgemeester en wethouders om het pand niet als gemeentelijk monument aan te wijzen. De VvE stelt dat dit besluit onvoldoende rekening houdt met de negatieve financiële gevolgen die zij ondervindt door de eerder opgelegde voorbescherming. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college deze gevolgen alsnog in de belangenafweging moet betrekken.
Verloop van het proces rond de smederij
Het pand, een oude smederij, was aanvankelijk een rijksmonument. In november 2019 werd het echter van deze lijst verwijderd. Hierop startte het college een procedure om het pand als gemeentelijk monument aan te wijzen. Tijdens deze procedure gold er voorbescherming, wat strikte instandhoudings- en vergunningsplichten met zich meebracht.
De toenmalige eigenaar, de stichting ter behoud van Monumenten, voerde onder deze voorbescherming herbouw uit. Na de verkoop van het casco aan de leden van de VvE, werd het pand in vier appartementen gesplitst. In juli 2023 herhaalde het college het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument, waarbij de eigenaren geen zienswijzen indienden.
Negatief advies over de monumentenstatus
De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van Baarn adviseerde uiteindelijk negatief over de monumentenstatus. Het college nam dit advies over en besloot in juli 2024 het pand niet als gemeentelijk monument aan te wijzen. De VvE maakte bezwaar tegen dit besluit, maar ontving geen tijdige beslissing op bezwaar, waardoor zij in beroep ging.
Bezwaren van de VvE
De VvE voerde aan dat het besluit onvolledig was omdat de financiële gevolgen van de voorbescherming niet voldoende waren onderzocht of gewogen. Het college gaf uiteindelijk een beslissing op bezwaar, maar kende de monumentenstatus niet toe en gaf een aanvullende motivering. De VvE vond deze motivering onvoldoende.
Uitspraak van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat het college de negatieve financiële gevolgen voor de VvE onvoldoende had meegewogen. Het college moet deze gevolgen inzichtelijk maken en uitleggen waarom eventuele schade niet voor vergoeding in aanmerking komt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd afgewezen, aangezien de VvE geen toezeggingen kon aantonen die een monumentenstatus zouden garanderen.
Het college krijgt vier weken de tijd om het gebrek in de belangenafweging te herstellen, waarna de VvE kan reageren. Tot de einduitspraak houdt de rechtbank verdere beslissingen aan, zoals over proceskosten en griffierecht. Hoger beroep tegen de tussenuitspraak is niet mogelijk, maar wel tegen de eventuele einduitspraak.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2025:4728
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




