In een appartementencomplex ontstond een conflict tussen buren over de plaatsing van camera’s. De eisers, bewoners van een appartement op de begane grond, voelden zich aangetast in hun privacy door de camera’s van hun onderburen. Deze camera’s waren gericht op hun tuin en gemeenschappelijke delen van het complex. De eisers vroegen in een kort geding om de verwijdering of aanpassing van de camera’s.
De rechter oordeelde dat de camera’s in het penthouse inderdaad de privacy van de eisers schonden, omdat ze beelden van hun tuin konden vastleggen. De voorzieningenrechter gaf opdracht om deze camera’s te verwijderen of zo aan te passen dat de tuin van de eisers niet langer in beeld kon worden gebracht.
Camera’s en privacy
Volgens de rechter mogen eigenaren van een appartement in beginsel camera’s plaatsen om hun eigendom te beveiligen. Echter, wanneer deze camera’s ook op gemeenschappelijke delen of de eigendommen van anderen zijn gericht, ontstaat er een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. In dit geval was een rechtvaardigingsgrond nodig om deze inbreuk te rechtvaardigen.
Beveiligingsbelang van de gedaagden
De gedaagden, de eigenaren van de camera’s, voerden aan dat zij hun eigendommen en zichzelf wilden beschermen. De rechter vond dit belang zwaarwegend genoeg om sommige van de camera’s te rechtvaardigen omdat er meerdere incidenten waren geweest waarbij de eisers betrokken leken te zijn, zoals het beschadigen van eigendommen van de gedaagden.
Inbreuk op de privacy
Toch oordeelde de rechter dat het beveiligingsbelang niet zwaar genoeg woog om ook de tuin van de eisers in beeld te brengen. De rechter besloot dat de camera’s in het penthouse verwijderd moesten worden of zodanig aangepast dat ze niet langer de tuin van de eisers konden filmen.
Veroordeling en dwangsommen
De rechter legde de gedaagden een dwangsom op voor elke dag dat zij niet aan de uitspraak voldeden. Ook mochten zij geen extra camera’s plaatsen die de privacy van de eisers zouden schenden.
Reconventionele vorderingen
In het tegenverzoek vroegen de gedaagden om een verbod voor de eisers om hen te benaderen of hun eigendommen te beschadigen. De rechter ging hier deels in mee, vooral vanwege het gedrag van de eisers dat in het verleden problematisch was gebleken.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2026:6427
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




