De zaak in het kort
De rechtbank Amsterdam heeft op 17 december 2025 een beslissing genomen in een conflict tussen de Vereniging van Eigenaars (VvE) en R&J Beheer en Ontwikkeling B.V. over de verbouwing van een appartement in Amsterdam. R&J had het appartement verbouwd tot twee afzonderlijke wooneenheden. De VvE betwistte dat deze verbouwing toegestaan was onder de geldende splitsingsakte en het splitsingsreglement. De rechtbank oordeelde echter dat de verbouwing in overeenstemming was met de genoemde documenten en dat R&J binnen zijn rechten handelde.
Het verloop van het proces en de feiten
Het geschil begint met de aankoop van een appartement door R&J op 1 oktober 2024, waarna zij het appartement verbouwden tot twee zelfstandige wooneenheden. De VvE was van mening dat deze verbouwing niet was toegestaan volgens de splitsingsakte en het splitsingsreglement, die aangeven dat het appartement moet worden gebruikt voor particulier woongebruik door de eigenaar of gebruiker, al dan niet met gezin.
Op 20 december 2024 dagvaardde de VvE R&J, met de eis voor een verklaring voor recht dat het appartement niet in meerdere wooneenheden mocht worden gesplitst en dat een wijziging van de splitsingsakte daarvoor noodzakelijk was. Eveneens eiste de VvE dat R&J eventuele veranderingen aan gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw ongedaan zou maken.
R&J verdedigde zich door aan te voeren dat de verbouwing in overeenstemming was met de splitsingsakte en dat er geen wijzigingen aan gemeenschappelijke gedeelten waren aangebracht. Verder argumenteerde R&J dat de bestemmingsbepaling niet verbood om het appartement als twee zelfstandige wooneenheden te gebruiken.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de bestemmingsbepalingen in de splitsingsakte en het splitsingsreglement, die stellen dat het appartement bestemd is voor particulier woongebruik, niet verhinderen dat het appartement in twee zelfstandige wooneenheden wordt gebruikt. Het gebruik van enkelvoudige termen zoals “elke woon-eenheid” werd niet als beperking gezien voor het scheiden van woonruimten binnen het appartement.
Daarnaast werd vastgesteld dat de splitsingsakte juridische ondersplitsing toestaat, hetgeen impliceert dat het gebruik van een appartement als meerdere zelfstandige wooneenheden niet verboden is. De rechtbank concludeerde dat de bestemmingsbepalingen in de splitsingsstukken naar objectieve maatstaven niet in strijd zijn met de handelingen van R&J.
Met betrekking tot de vraag of R&J veranderingen had aangebracht in gemeenschappelijke gedeelten, zoals door de VvE beweerd, stelde de rechtbank dat de VvE onvoldoende bewijs had geleverd. R&J had immers de VvE gelegenheid gegeven de bouwplannen in te zien en het appartement te inspecteren. Bovendien was het aansluiten van vernieuwde of verlegde leidingen op bestaand leidingwerk niet als een wijziging aan gemeenschappelijke gedeelten aan te merken.
Ten slotte werd de kwestie van geplaatste airco units op het gemeenschappelijke dak besproken. De rechtbank merkte op dat deze wijziging toestemming van de vergadering van eigenaars zou vereisen, maar zag geen reden om direct herstel naar de oorspronkelijke staat te eisen, gezien de mogelijkheid voor R&J om alsnog toestemming te vragen.
De rechtbank wees alle vorderingen van de VvE af en veroordeelde de VvE in de proceskosten, begroot op ⬠2.094,00. De uitspraak onderstreept het belang van een objectieve interpretatie van splitsingsakten en de noodzaak van concrete bewijzen bij het claimen van ongeoorloofde wijzigingen aan gemeenschappelijke delen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




