In deze zaak ging het om een geschil tussen de Vereniging van Eigenaars (VvE) en twee appartementseigenaren, hierna aangeduid als [geïntimeerden]. Deze eigenaren wilden een Bed & Breakfast (B&B) bouwen en exploiteren op hun privégedeelte. De VvE had hiervoor geen toestemming gegeven. De kantonrechter verleende eerder een vervangende machtiging aan [geïntimeerden], waarna de VvE in hoger beroep ging bij het gerechtshof Amsterdam. Het hof bekrachtigde echter de beslissing van de kantonrechter en verleende de vervangende machtiging.
Vervangende machtiging voor B&B-bouw
[Geïntimeerden] hadden een verzoek ingediend bij de kantonrechter voor een vervangende machtiging op grond van artikel 5:121 van het Burgerlijk Wetboek, omdat de VvE geen toestemming gaf voor de bouw van de B&B. De kantonrechter oordeelde dat de garageboxen, die op het perceel van [geïntimeerden] lagen, tot hun privégedeelte behoorden. Hierdoor was geen wijziging van de splitsingsakte nodig voor de bouw van de B&B. De VvE had volgens de kantonrechter geen redelijke grond om de toestemming te weigeren.
VvE’s bezwaren tegen de B&B-bouw
In hoger beroep stelde de VvE dat er een wijziging van de splitsingsakte nodig was, omdat de bouw en exploitatie van de B&B de verhoudingen en verplichtingen van de eigenaren zou veranderen. De VvE betoogde ook dat de exploitatie in strijd was met de bestemming van de grond als ’tuin en buitenruimte’. Verder zou de waardestijging van het appartementsrecht van [geïntimeerden] een wijziging van de breukdelen in de splitsingsakte vereisen.
Argumenten van [geïntimeerden]
[Geïntimeerden] voerden aan dat ze wel om toestemming hadden gevraagd en dat de VvE, met slechts drie leden, feitelijk akkoord was gegaan. Uit vergadernotulen bleek dat er aanvankelijk geen bezwaren waren. Daarnaast stelde de splitsingsakte specifieke regels die exploitatie als pension- of kamerverhuurbedrijf toestonden.
Oordeel van het gerechtshof
Het hof Amsterdam bekrachtigde het oordeel van de kantonrechter. Het oordeelde dat de garageboxen en de B&B tot het privégedeelte van [geïntimeerden] behoorden, waardoor een wijziging van de splitsingsakte niet nodig was. De exploitatie van de B&B was toegestaan volgens de splitsingsakte. De VvE had volgens het hof geen redelijke grond om de toestemming te weigeren, ondanks bezwaren over de procedure en vermeende privacy- en veiligheidsissues.
Proceskosten en conclusie
Het hof veroordeelde de VvE in de proceskosten van het hoger beroep en zag geen reden om af te wijken van het gebruikelijke liquidatietarief. Deze zaak benadrukt het belang van duidelijke afspraken in de splitsingsakte en het belang van redelijke gronden bij het weigeren van toestemming door de VvE.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2026:774
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




