In deze zaak stond een Vereniging van Eigenaars (VvE) tegenover een appartementseigenaar vanwege een geschil over verhoogde VvE-bijdragen. De VvE eiste betaling van achterstallige bijdragen, inclusief een verhoging die de eigenaar betwistte. De rechtbank besliste dat de eigenaar de volledige achterstand, inclusief de verhoging, moest betalen, omdat hij niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen het VvE-besluit.
Achtergrond van het geschil
De procedure begon toen de VvE de eigenaar dagvaardde op 3 november 2025. De eigenaar was verplicht maandelijks €175,14 te betalen voor zijn appartement en bijbehorende parkeerplaats. Er was echter een achterstand ontstaan, en de VvE vorderde een totaalbedrag van €2.705,52, inclusief incassokosten en rente, wegens onbetaalde bijdragen tot en met december 2025. Hoewel de eigenaar de betalingsverplichting erkende, was hij het niet eens met de verhoging van de bijdrage. Hij vond dat de VvE geen onderhouds- of renovatiewerkzaamheden uitvoerde.
Verloop van de procedure
De eigenaar voerde aan dat hij geen aanmaningen had ontvangen en dat automatische incasso’s zonder zijn medeweten waren stopgezet. Hij stelde voor om de achterstand in termijnen te betalen. De VvE verklaarde echter dat de incasso’s door de eigenaar zelf waren gestorneerd, wat extra kosten veroorzaakte, en daarom was de incasso stopgezet.
Rechterlijke beslissing
De kantonrechter oordeelde dat de eigenaar de achterstallige VvE-bijdragen moest betalen. De verhoging van de bijdrage was gebaseerd op een besluit van de VvE-vergadering, waartegen de eigenaar binnen een maand bezwaar had moeten maken. Dit had hij nagelaten, waardoor het besluit definitief en bindend werd.
De rechter veroordeelde de eigenaar tot betaling van de achterstallige bijdragen, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Het versturen van betalingsherinneringen was niet nodig voor de verschuldigdheid van de rente. De gevorderde incassokosten werden toegewezen omdat de VvE voldoende communicatie over de achterstand had aangetoond.
Verzoek tot betalingsregeling afgewezen
De kantonrechter wees de vergoeding van kadastrale kosten af, omdat deze niet noodzakelijk waren. Voor toekomstige bijdragen werd de eigenaar veroordeeld tot betaling van €175,14 per maand tot en met april 2027, tenzij zijn lidmaatschap eerder zou eindigen. De rechter kon de VvE niet verplichten om een betalingsregeling te accepteren, hoewel de VvE hier wel voor openstond. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE de veroordeling direct kan afdwingen, ongeacht een eventueel hoger beroep.
De kern van de uitspraak is dat de eigenaar zijn verplichtingen jegens de VvE niet nakwam en dat zijn bezwaren tegen de verhoging ongegrond waren door het ontbreken van tijdig bezwaar. Hierdoor bleef het besluit in stand en werd hij veroordeeld tot betaling van de volledige achterstand, rente en kosten.
Vergelijkbare uitspraken
Bron
ECLI: ECLI:NL:RBZWB:2026:2751
Lees de originele uitspraak op Rechtspraak.nl
Deze samenvatting is met zorg samengesteld op basis van de oorspronkelijke uitspraak. Wilt u deze uitspraak gebruiken ter onderbouwing van een standpunt, procedure of besluit, raadpleeg dan altijd de volledige originele uitspraak.




